Peek Utrecht
advocaten-
belastingkundigen


Wilhelminapark 19
3581 ND  Utrecht


Postbus 14057
3508 SC  Utrecht


T (030) 252 05 04
F (030) 252 35 02
E

> routebeschrijving

Deze pagina afdrukken

Download "Opstelling minister Hirsch Ballin is onjuist en misleidend"als PDF-bestand

...………………………………..
Hans Peek,
advocaat te Utrecht
…………………………………..

Geheimhoudingsplicht advocaat
De beveiliging van mevrouw Hirsi Ah heeft geleid tot een dispuut over de plicht van haar advocaat mr. Böhler, tevens lid van de Eerste Kamer, tot geheimhouding van informatie over die beveiliging. De ‘Orde van de dag’ berichtte op 13 november jl. over de brief die de minister hierover op 3 november jl. aan de Tweede Kamer schreef (zie kader). Daarin deed de minister verslag van het gesprek dat hij arrangeerde met algemeen deken mr. Bekkers, op 22 oktober jl., in aanwezigheid van de Amsterdamse (inmiddels oud-) deken mr. Van Veggel.

Onvoldoende begrip
Het gesprek heeft volgens de minister de volgende ‘algemene gezichtspunten’ opgeleverd over het aanmerken van informatie als vertrouwelijk en het verstrekken van informatie aan derden door advocaten: ‘Gesteld kan worden dat informatie door de advocaat als vertrouwelijk wordt aangemerkt indien dit met de bron- houder is afgesproken. (...). Dit betekent dat de vertrouwelijkheid uitsluitend kan worden opgeheven met wederzijds goedvinden, tenzij een wettelijke verplichting nood zaakt tot opheffing van die vertrouwelijkheid. (...) Het algemeen belang. waaronder de gerechtvaardigde belangen van derden zijn begrepen, kan prevaleren boven het belang van de cliënt met als gevolgd dat geen informatie over de zaak aan derden mag worden verstrekt.’
De brief van 13 november 2007 toont aan dat de minister — en mogelijk ook (een deel van) het parlement — de essentie van de geheimhoudingsplicht van de advocaat onvoldoende begrijpt. Omdat de brief is gebaseerd op overleg tussen de minister, de algemeen deken en de Amsterdamse deken, rijst de vraag of ook deze dekens wel voldoende zijn doordrongen van het belang en de reikwijdte van de geheimhoudingsplicht.

Vier kanttekeningen
Bij genoemde ‘algemene gezichtspunten’ dienen de volgende kanttekeningen te worden geplaatst. In de eerste plaats is informatie niet slechts als vertrouwelijk aan te merken indien dit met de cliënt (of ‘bronhouder’) is afgesproken. Het object van het verschoningsrecht (‘hetgeen de advocaat als zodanig is toevertrouwd’) is een autonoom begrip dat niet naar believen door partijen, laat staan door derden, kan worden geëtiketteerd. De geheimhoudingsplicht gaat mogelijk nog verder. Het gaat daarbij om alle kennis omtrent de cliënt, hoe ook verkregen: van de cliënt, van derden, vertrouwelijk of niet (zie: Toelichting op regel 6 van de Gedragsregels). De cliënt weet soms niet wat als vertrouwelijk heeft te gelden. Dat kan de advocaat als professional dan beter beoordelen. Maar ook het omgekeerde is mogelijk. Het object van de geheimhoudingsplicht en het verschoningsrecht dient daarom ruim en niet te beperkt worden opgevat. Overheidsfunctionarissen, onder wie de minister, zijn voortdurend op zoek naar een restrictieve uitleg. Daar moet de Orde — en dus ook onze dekens in contacten met overheidsfunctionarissen — voor waken.
In de tweede plaats kent een afspraak hierover tussen advocaat en bronhouder geen (vorm)vereiste. Het standpunt van de minister lijkt wellicht een opmaat naar een verplichting tot het schriftelijk vastleggen van hetgeen onder de geheimhoudingsplicht en/of het verschoningsrecht valt. Dat is een heilloze weg.
In de derde plaats kan de vertrouwelijkheid niet worden opgeheven, tenzij dit noodzakelijk is in het belang van de (verdediging van de) cliënt. Dit is primair een kwestie tussen de advocaat en zijn cliënt. Maar zelfs al ontslaat de cliënt de advocaat van zijn geheimhoudingsplicht, dan behoudt de advocaat zijn eigen verantwoordelijkheid. De overheid dient zich hier niet mee niet te bemoeien.
Uitsluitend het van de overheid onafhankelijke tuchtrecht normeert de toetsing in kwestie.
In de vierde plaats is de stelling van de minister onhoudbaar dat het algemeen belang kan prevaleren boven het belang van de cliënt, met als gevolg dat geen informatie over de zaak aan derden mag worden verstrekt. Voor de advocaat telt als hoogste belang uitsluitend het belang van de cliënt en de verplichting om datgene wat in dát belang behoort te worden gedaan, zo zorgvuldig mogelijk te doen. Daarbij kan dan rekening worden gehouden met eventuele andere betrokken belangen.

Afstand nemen
De advocaat moet zich aan de Wet, de rechtspraak en de Gedragsregels houden. Advocaten hoeven zich niet te conformeren aan de uitleg die de minister of onze dekens daar nu aan geven. Politiek gezien had de minister last van de informatie die mr. Böhler had verstrekt. Daarmee laadt de minister de verdenking op zich dat de huidige actie jegens mr. Böhler een oneigenlijk en opportuun karakter draagt.
Het standpunt en het beleid van de minister komen er op neer dat de advocaat zoveel mogelijk de mond moet worden gesnoerd, als de overheid dat het best uitkomt. Alle leden van de balie mogen verwachten dat hun dekens en de Orde zich tegen deze onjuist zienswijze van de minister verzetten en klip en klaarde aard en de reikwijdte van de geheimhoudingsplicht telkens weer opnieuw uitleggen. Ik mis dat (waarbij ik ervan uitga dat het optreden van de betrokken dekens tot uitdrukking komt in de brief van de minister). De dekens en de Orde zouden daarom afstand moeten nemen van de inhoud van deze brief.