Peek Utrecht |
Chaos bij garen informatie
Download "Chaos bij garen informatie" als PDF-bestand
Om strafbare feiten op te sporen mogen opsporingsdiensten, zoals de Fiod, gegevens vorderen van derden. Het opvragen bij banken, verzekeraars, telecombedrijven, luchtvaartmaatschappijen en makelaars is echter een complete chaos geworden.
Dat blijkt uit harde feiten en conclusies in het rapport ‘Data voor daadkracht’ van de commissie Bosma (oud-ceo van PinkRoccade). Meer dan 40 opsporingsdiensten vragen allerlei gegevens op hun eigen manier en vaak ook dubbel. De privacy van onschuldige burgers en bedrijven is in het geding. Niemand heeft overzicht van alle wettelijke bevoegdheden. Het is niet duidelijk of wettelijke voorschriften worden nageleefd. Er zijn ondoelmatige vorderingen, mede omdat diensten de kosten afwentelen op bedrijven. Het aantal vorderingen groeit enorm zonder dat nut en noodzaak van het binnenhalen van vele databases duidelijk is. De ondoelmatigheid wordt versterkt doordat betrokken diensten niet goed samenwerken.
De enorme groei van informatieverstrekkingen is mogelijk geworden doordat de laatste jaren tal van wettelijke bevoegdheden zijn uitgebreid ten behoeve van de bestrijding van financiële fraude (witwassen) en terrorisme.
Buiten de wet om verstrekt het bedrijfsleven echter ook ‘herendiensten’ aan overheden, zowel nationaal als internationaal (met name aan de VS). Het is een merkwaardige zaak omdat de wettelijke basis daarvoor ontbreekt en de privacy van burgers daardoor op illegale wijze wordt geschonden.
Volgens onderzoek van CapGemini voor de Nederlandse Vereniging van Banken is met informatievoorziening door banken aan de overheid per jaar een bedrag van 480 miljoen euro gemoeid.
Het aantal vorderingen voor telefoniediensten steeg van 2003 tot 2005 met bijna 69 procent en in 2006 nog eens met ruim 50 procent tot ruim 1,8 miljoen. Internetproviders moeten dagelijks van alle intenetgebruikers een lP-adres aanleveren. De kosten daarvan rijzen de pan uit. Diverse wetten voorzien in een kostenvergoeding. De jarenlange ruzie over de hoogte van de kostenvergoedingen en de door KPN en Vodafone gewonnen rechtszaken tonen aan dat de overheid hier niet haar verantwoordelijkheid neemt zoals die uit de wet voortvloeit.
Hoewel de bedrijven vooral klagen over de kosten, gaat de belangrijkste vraag over de zin van de gegevensverstrekkingen. Bedrijven bieden op dat punt onvoldoende tegenwicht, terwijl de wet daartoe wel kapstokken biedt. Gelet op de bevindingen van de commissie Bosma houden opsporingsdiensten en bedrijven elkaar steeds drukker bezig met zinloze handelingen. De diensten vragen en krijgen overbodige informatie, weten deze niet goed te analyseren en delen deze niet met elkaar. Zo ontstaat een vorm van dure werkverschaffing waar de samenleving niets aan heeft en de veiligheid niet doorverbetert. Dit knaagt aan de legitimiteit van de desbetreffende wet- en regelgeving. Het al jaren ondergesneeuwde privacy- belang verdient meer respect.
FD, 20 december 2007 Hans Peek
